Braem, R., Het schoonste land ter wereld (Leuven 1987).
aureys, Dirk, Bouwen in beeld. De collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen (Antwerpen 2004).
Metz, T., ‘De geneeskracht van een fraai uitzicht’, nrc de week (19 juli 2010) 22-23.
Met Van Riel kwam ik niet zo goed overeen. Volgens mij moest de architectuur de zieken genezen, ondanks de dokters, maar hierin verschilde ik grondig van mening met mijn collega. Hij was een nuchter positivist, zeker een volbloed conservatief liberaal. M.i. is dat niet de basis waaruit architectuur kan worden geschapen. Architectuur moet een blijvend wonder zijn, een bron van poëzie, een levend organisme dat via sprekende ruimtelijke verhoudingen iets positiefs in de mens wakker maakt. Van Riel zag het ziekenhuis als een fabriek waar iemand ziek binnenkomt en genezen of dood buitengaat, meer niet, en daarom gaat het er in het Middelheim uiteindelijk functioneel correct aan toe, als in een spoorwegstation, maar mankeert het er aan de voortdurende zorg die ons helpt te leven, het mystieke van de in stenen uitgesproken liefde.
Het talrijk bemande bureau van Van Riel zorgde voor de tekeningen, maar hield daarbij totaal geen rekening met mijn vele getekende suggesties, wat mij ten slotte wrevelig stemde. Wij hadden nu en dan hevige discussies. Het gebeurde eens dat het bloed uit mijn neus spoot en de secretaressen ijlings ijs moesten halen om het bloed te stelpen. Maar dit hielp niet om een menselijker architectuur voort te brengen, zodat ik ten slotte de pijp aan Maarten gaf en het project volledig aan Van Riel overliet. Van Riel had geen slecht karakter, maar hij zat vast in een gevoelsvreemde opvatting die tot de laatste snik functioneel en zakelijk gefundeerd wilde zijn.
Het ziekenhuis is dan geworden wat het nu is. Mijn naam staat ook in gulden letters in de hal, maar mijn prestaties zijn eigenlijk tot de aanvankelijke studies beperkt gebleven.